Home > Overdenkingen > Wandelen met God

Wandelen met God

“En Henoch wandelde met God” (Genesis 5:24). In het hebreeuws betekent dit “wandelde” dat Henoch op en neer, in en uit, van en naar en arm in arm met God liep, dat hij continu in gesprek was met Hem en dichter naar Hem toe groeide. Henoch werd 365 jaar oud. In hem zien we een nieuw soort gelovige. Hij liep 365 dagen per jaar arm in arm met de Heer. De Heer was Zijn volledig leven – zoveel zelfs dat hij aan het einde van zijn leven de dood niet zag (zie Hebreeën 11:5).

Net als Henoch, die uit het leven is geplaatst, worden zij die dicht bij God wandelen uit het bereik van satan gehouden – weggenomen uit zijn koninkrijk van duisternis en in het koninkrijk van licht geplaatst. “Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde” (Kolossenzen 1:13).

Henoch leerde een wandel die plezierig was voor God temidden van een goddeloze maatschappij. Hij was een gewone man met dezelfde problemen en lasten die wij ook dragen, hij was geen kluizenaar die diep verborgen was in een grot in de wildernis. Hij stond midden in het leven met een vrouw, kinderen, verplichtingen en verantwoordelijkheden; Henoch verstopte zich niet om heilig te zijn.

“En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen” (Genesis 5:24). We weten uit de Hebreeën brief dat deze vers spreekt over de overplaatsing van Henoch,  het feit is dat hij de dood niet proefde. Maar het betekent ook iets veel diepers. De zin “en hij was niet meer” zoals gebruikt in Genesis 5 betekent ook “hij was niet van deze wereld”. In zijn geest en in zijn zintuigen was Henoch geen deel van deze goddeloze wereld. Iedere dag terwijl hij met de Heer wandelde werd hij steeds minder verbonden aan de zaken van beneden. Net als Paulus stierf hij dagelijks aan zijn aardse leven en werd meegenomen naar een geestelijk rijk.

Maar terwijl hij op de aarde wandelde, draagde Henoch al zijn verantwoordelijkheden. Hij zorgde voor zijn gezien, hij werkte en diende. Maar “hij was niet meer” gebonden aan deze wereld. Geen enkele vereiste van zijn leven kon hem van zijn wandel met God weerhouden.

Hebreeën 11:5 zegt duidelijk: “Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest”. Wat was het aan Henoch wat zo welgevallig was voor God? Het was dat zijn wandel met God in hem het soort geloof bewerkte waar God van houd. Deze twee verzen kunnen niet apart genomen worden: “Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest. maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn” (Hebreeën 11:5-6). We horen dit laatste vers vaak, maar zelden in verband met de eerste. Maar door de gehele bijbel en de gehele geschiedenis heen werden diegene die nauw met God wandelde mannen en vrouwen met een diep geloof en vertrouwen. Als de gemeente dagelijks met God wandelt, continu met Hem in gesprek zijn, dan zal het resultaat een volk vol van geloof zijn – een waar geloof die God behaagt.

Rondom Henoch werd de mensheid steeds goddelozer. Maar terwijl de mens veranderde in wilde beesten, vol van lust, hardheid en sensualiteit, werd Henoch meer en meer als Degene met Wie hij wandelde.

“Door geloof is Henoch weggenomen”, dit is een ongelooflijke waarheid die bijna boven ons begrip uitstijgt. Het gehele geloof van Henoch was gericht op dat ene grote verlangen van zijn hart om bij de Heer te zijn. En God nam hem weg als antwoord op zijn geloof. Henoch kon het niet langer verdragen dat hij achter een sluier stond, hij moest de Heer gewoon zien.

Onze broeder Henoch had geen bijbel, geen liederenboek, geen mede-gelovigen, geen leraar, geen Heilige Geest en geen sluier met toegang tot het Heilige der Heiligen. Maar hij kende God!

“Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken” (Hebreeën 11:6). Hoe weten we dat Henoch geloofde dat God een beloner is? Omdat we weten dat dat het enige geloof is dat God behaagd – en we weten dat Henoch God behaagde! God is een vergelder, een vergoeder, iemand die goed betaald voor trouw. Hoe beloond de Heer Zijn ijverige dienaren?

Er zijn drie belangrijke beloningen die komen door het geloven van God en het wandelen met Hem in geloof.

1. De eerste beloning is Gods controle over onze leven. De persoon die de Heer verwaarloost zal snel alle controle verliezen en de bocht uitvliegen terwijl de duivel zijn plaats inneemt en de boel overneemt. Als hij nu alleen maar verliefd werd op Jezus, en wandelt en spreekt met Hem! Dan zal God hem spoedig laten zien dat satan geen echte heerschappij heeft over hem en deze persoon zou Christus snel toestemming geven om de controle te nemen.

2. De tweede beloning die komt door geloof is om een “puur licht” te hebben. Als we met de Heer wandelen worden we beloond met licht, richting, onderscheid, openbaring – een bepaald “kennen” die God ons geeft.

3. De derde beloning die komt door geloof is bescherming tegen onze vijanden. “Elk wapen dat tegen u gesmeed wordt, zal niets uitrichten” (Jesaja 54:17). In het hebreeuws wordt deze vers vertaald als “Geen plan, geen instrument van vernietiging, geen enkele satanische artillerie zal jou kunnen omduwen of over jou heen rijden, er zal met hen afgerekend worden”.

Advertenties
  1. Nelita Murg
    12-09-2012 om 08:29

    Grootste en belangrijkste geheimen,enhet wapen,bidden>in gesprekhet hele pakketGod<..Amen

  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: