Home > Overdenkingen > Wat is een onberispelijk leven?

Wat is een onberispelijk leven?

Dit is het gedrag van een onberispelijke gelovige volgens de apostel Paulus:

1. Onberispelijk zijn betekent dat er geen spoor van bedrog in je te vinden is. “Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, noch uit onzuivere bedoeling; het gaat ook niet met list gepaard” (1 Tessalonicenzen 2:3). Een onberispelijke Christen is iemand zonder bedrog in zijn of haar hart. Paulus zei hier “Ik was geen bedrieger, ik predikte niet het een tegen u terwijl ik er een andere levensstijl op nahield. Mijn gedrag was een open boek!”

2. Onberispelijk zijn betekent dat je niets aanraakt wat onzuiver is. “Want ons vermanen komt niet voort uit … onzuivere bedoelingen”.

Paulus legt hier de nadruk op sensualiteit of lust. Hij zegt hier “Er is geen onrein woord uit mijn mond gekomen. Mijn gesprekken waren zuiver en kwamen voort uit een rein hart”. Paulus had zijn lichaam onder controle, hij werd niet gedreven door vleselijke begeertes – zijn denken werd niet beheerst door een geest van lust of ontucht. Hij was een vrij man!

Een gelovige die vieze moppen vertelt, dubbelzinnige taal spreekt, seksuele toespelingen doet of zijn ogen laat afdwalen is iemand wiens hart nog niet is gereinigd! God zegt “Als u onberispelijk voor mij wilt wandelen, dan dient u zuivere oren, een zuiver hart en een zuivere tong te hebben!”.

3. Onberispelijk zijn betekent zonder fouten zijn. “ons vermanen komt niet voort uit dwaling” (vers 3).

De Christen zonder fout of bedrog probeert niet bijdehand, geslepen of manipulatief te zijn. Hij heeft geen verborgen agenda en is volledig open en eerlijk. Paulus zei “Ik heb u niet gemanipuleerd om het Koninkrijk van God binnen te komen. En ik ben ook niet gekomen met geslepen woorden en heb ook niet geprobeerd om op uw gevoel in te spelen. Ik gaf u het evangelie simpeweg zoals ze is!”.

Paulus speelde nooit woordspelletjes; hij pastte nooit psychologie toe om te zorgen dat mensen hem mochten. Paulus zei “wij gedroegen ons in uw midden vriendelijk, zoals een moeder haar eigen kinderen koestert” (1 Tessalonicenzen 2:7). Maar als het aan kwam op zonde berispte hij het met donder uit de hemel. Hij verlangde niet naar de goedkeuring van mensen en had dit ook niet nodig, maar hij hield met zijn hele hart van de mens. “Want wij hebben ons nooit afgegeven met vleitaal, zoals gij weet, of met (enig) baatzuchtig voorwendsel; God is getuige! Ook zochten wij geen eer bij mensen, noch van u, noch van anderen” (1 Tessalonicenzen 2:5-6).

Paulus was zich er altijd van bewust dat God hem zag en zijn motieven doorzocht. Hij onthield zich van “elke vorm van kwaad” (1 Tessalonicenzen 5:22) en leefde alsof Jezus datzelfde uur nog kon terugkeren!

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: