Home > Preken (Pulpit) > Je klaarmaken voor de komst van de Heer

Je klaarmaken voor de komst van de Heer

Een geliefde christelijke vrouw uit Lousiana schreef aan ons: “Afgelopen zondag vroeg onze voorganger om getuigenissen van wat God de afgelopen week gedaan heeft. Zijn eigen vijf jaar oude zoon stond op en zei ‘Ik had vannacht een droom, Jezus vertelde mij dat Hij spoedig kwam'”. De Heilige Geest gebruikte dat kind om Gods volk te herinneren aan deze glorieuze waarheid.

Triest genoeg weet onze huidige generatie minder over de terugkeer van Christus dan alle voorgaande generaties. Jezus’ wederkomst wordt nog zelden verkondigd in kerken. Het is zelfs zo dat velen die zichzelf Christen noemen niets willen horen over dit onderwerp, waarom is dat?

Het leven is goed voor de meeste mensen, ook voor Christenen, en hun focus is erop gericht om het goed te houden. Net als de vrouw van Lot zijn velen in bezit genomen door hun bezittingen. Ze zijn zo verslaafd geworden aan de dingen van deze wereld, voor hun staat alleen de gedachte aan Jezus’ wederkomst al hun dromen en doelen in de weg.

Ik heb kerkgangers horen spotten met de mogelijke terugkeer van Jezus. Zij spotten met het idee dat Hij spoedig terug kan komen. Er is zelfs een leer die beweert dat onze Heer de komende duizend jaar nog zeker niet zal terugkeren. Het idee hierachter is dat de kerk op die manier alle tijd zou krijgen om de wereld te evangeliseren en een nieuwe orde op te richten voordat Christus terugkeert om te regeren als koning.

De apostel Petrus benoemd deze dingen en zegt “Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is” (2 Petrus 3:3-4).

Petrus spreekt een gericht woord naar al deze moedwillig onwetende mensen: “de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden” (2 Petrus 3:10). Bovendien vertelt Petrus ons dat er een rede is waarom Jezus nog niet is teruggekeerd. Hij schrijft “De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen” (2 Petrus 3:9).

Persoonlijk ben ik verbaasd over Gods geduld met ons in deze generatie. De heersende morele landverschuiving is afschuwelijk, zelfs volgens seculiere waarnemers. Zelfs wanneer u probeert om een zuiver geweten te houden, worden uw gedachten verzadigd met verslagen van al het kwaad dat iedere dag om ons heen gebeurt. Sommige dingen zijn zo verachtelijk en onbegrijpelijk: moorden op scholen, kwaadaardige verkrachtingen, kindermishandeling, militante homoseksualiteit en nog meer onuitsprekelijke wreedheden.

Vaak schreeuwt ons hart het uit “Heer, waarom is er geen gerechtigheid? Wanneer zult u de werkers der ongerechtigheid terrecht stellen?”. We vragen ons af waarom God zo lang wacht om met deze onuitsprekelijke goddeloosheid af te rekenen. We stellen ons het beeld voor waarin deze kwaadaardigen eindelijk knielen voor de Heer, en oog in oog staan met Zijn heiligheid.

Maar Petrus zegt dat Jezus zich op dit moment niet richt op oordeel, zelfs niet voor de ergste zondaars. Onze Heer is gericht op genade, Hij is geduldig tegenover de ergste boosdoeners. En Hij wacht er op om Zijn genade te tonen tegenover iedere onverbeterlijke zondaar, terwijl Hij hen najaagt en probeert te winnen.

“Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten. Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede” (2 Petrus 3:11-14).

We kunnen onze dagen in beslag laten nemen en ons druk maken om de tekenen van de tijd, in het Midden oosten of ergens anders. Maar God zegt “Kijk naar uw eigen hart, wees ervan verzekert dat u zich ijverig aan Mijn woord houdt”. Paulus voegt hier aan toe “Zo zal [dan] een ieder onzer voor zichzelf rekenschap geven [aan God]” (Romeinen 14:12). Hij waarschuwt ons vervolgens om anderen niet te oordelen, en om voorzichtig te zijn dat je geen struikelblok vorm voor een broeder en maakt dat hij valt.

We kunnen er zeker van zijn dat God de goddelozen zal veroordelen, er is geen sprake van twijfel die dag zal komen. Wanneer die tijd aanbreekt zullen alle spotters, alle haters van God en alle goddelozen opgeroepen worden om verantwoording af te leggen. De boeken zullen geopend worden en iedere verachtelijke daad zal bekend worden, alles wat deze kwaadaardigen gedaan hebben tegen God in zullen onthuld worden. Hun daden zullen streng worden beoordeeld, en de goddelozen zullen voor eeuwig uit Gods aanwezigheid geworpen worden.

Jezus verzekerd Zijn discipelen ervan “Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten?” (Lucas 18:7). Hij zei hier “Ja, God zal op een dag afrekenen met een ieder die Zijn volk heeft bespot, vervolgd, gevangen gezet en vermoord. De kreet van de vervolgde kerk is gehoord en Hij hen snel wreken”. Maar Jezus zegt in de volgende zin “Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?” (Lucas 18:8).

De vraag van Christus aan het einde van deze passage toont Zijn grootste zorg. Hij zegt “Als ik terugkeer, zal ik zoeken naar een volk die hebben vertrouwd op Mijn belofte dat ik zou terugkeren. De vraag is zullen deze mensen er klaar voor zijn en Mij opwachten? Zullen ze willen losbreken van deze wereld in een verlangen naar Mij om hen mee te nemen naar huis? Zullen ze vlekkeloos zijn en niet bevuild zijn door de tijdgeest? Zal ik aankomen en hen aantreffen terwijl ze het uitroepen ‘Kom heer Jezus, Kom’?”

“Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen” (Matteüs 24:36)

Jezus vervolgt Zijn uitspraak met het woord “Want” (24:37). Hij vervolgd zijn verhaal door te omschrijven wat het heersende gedrag zou zijn van de mensheid op de dag dat Hij terugkeert. Hij gaf ons geen datum, maar Hij vertelde ons wel hoe de maatschappij zou zijn.

Hij geeft ons vervolgens een stuk geschiedenis uit de Schrift: “Want zoals zij in [die] dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn” (Matteüs 24:38-39). Jezus heeft het ook over de tijd van Lot: “Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen. Op dezelfde wijze zal het gaan op de dag, waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt” (Lucas 17:28-30).

Merk op dat Jezus geen enkele zonde benoemd in deze omschrijvingen. We weten allemaal dat het geen zonde is om te eten en de juiste dranken te drinken, of om verloofd te raken en te trouwen. Zo is het ook geen zonde om te kopen, verkopen, planten of bouwen. Er is niets mis met deze dingen. In feite heeft de Heer ons de opdracht gegeven om hier te blijven en ons bezig te houden tot Zijn komst. Dus Jezus veroordeeld geen enkele van deze activiteiten. Nee, Hij toont ons deze alledaagse gebeurtenissen waarmee Hij wou zeggen “Dat is hoe het leven zal zijn bij Mijn terugkeer. Het zal net als iedere andere dag zijn, wanneer niemand verwacht dat er ook maar iets zal gebeuren”.

We weten dat de samenleving van Noach en Lot werden vernietigd door Gods oordeel. Dus wat zegt Jezus hier over deze doodgewone gebeurtenissen? Simpel gezegd omschrijft Hij hier de mensen die Zijn vastbesloten om Gods oordeels waarschuwingen af te wijzen. Herinner uzelf er aan dat Noach 120 jaar lang heeft geprofeteert tegenover zijn samenleving, hij heeft gewaarschuwd dat er een totale vernietiging zou komen. Maar zoals de Schrift zegt “Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen” (Prediker 8:11).

En dit is precies wat er vandaag de dag in onze maatschappij gebeurt. Er is een drukte gaande van kopen en verkopen, eten en drinken, planten en bouwen. Velen zijn geobsedeerd geraakt door persoonlijk gewin en ze negeren iedere negatieve boodschap die hen zou kunnen hinderen in hun bezigheden. Zelfs seculiere stemmen die waarschuwen voor een komende financiële ramp worden meestal genegeerd.

Een godvruchtige vrouw schreef me eens over een gesprek die zij had met een oudere Joodse vrouw. Deze overlevende van de Holocaust vertelde haar: “Wat er gebeurt in Amerika herinnert me aan wat er gebeurde in Duitsland toen Hitler aan de macht begon te komen. Alle waarschuwingen werden genegeerd, er werd licht omgesprongen met Hitlers antisemitische opmerkingen. Ik was nog maar een kind, maar ik kan me de grote feesten herinneren die tot laat in de nacht doorgingen, zelfs nadat Hitler was begonnen om Joden gevangen te nemen en af te voeren naar de gaskamers.

Ik kan me nog herinneren dat de oudere Joden zeiden ‘Dat kan hier niet gebeuren, niet in een ontwikkelde en beschaafde maatschappij als Duitsland’. Ze waren gewoon tot diep in de nacht aan het feesten, de mannen in hun smokings en de vrouwen in hun dure cocktailjurken. Slechts enkele weken later werden diezelfde mensen als vee in treinwagons geduwd om naar de concentratiekampen te gaan. Ze dachten dat de goede tijden en de welvaart voor eeuwig zou doorgaan. Maar al snel werden ze geschokt en zeiden ze ‘Slechts enkele weken geleden waren we nog aan het dansen en drinken. Hoe is dit allemaal zo snel kunnen gebeuren?'”.

De waarschuwing is opnieuw uitgegaan naar de gemeente van Christus: “Jezus komt eraan! Hij is onderweg, versier uzelf en wees er klaar voor om uit te gaan en Hem te ontmoeten. Kijk omhoog, want de verlossing is nabij!”. Maar zo waarschuwt Jezus de mensen die deze roep negeren, het zal zijn zoals in de dagen van Noach en Lot, waar mensen gewoon hun dagelijkse dingen bleven doen, en geen moment stilstonden bij wat er komen zou en alle profetische tekenen negeerden. En dat is het teken van Zijn komst: we zullen een onverschilligheid zien.

Jezus sprak over een grote en plotseling verdwijning van mensen

“Ik zeg u, in die nacht zullen er twee in één bed zijn, de een zal aangenomen, de ander achtergelaten worden. Twee vrouwen zullen samen bezig zijn met malen, de ene zal aangenomen, de andere achtergelaten worden. Twee zullen op het land zijn, de een zal aangenomen, de ander achtergelaten worden” (Lucas 17:34-36). Jezus’ discipelen vroegen “Waar zullen deze mensen naartoe gaan?”. En Hij antwoordde “Waar het lichaam is, daar zullen ook de gieren zich verzamelen” (17:37). Hij zei hier “Ik ben het hoofd van het lichaam, en het hoofd zal verenigd worden met het lichaam”.

Sommige geleerden zeggen dat de mensen die weg genomen worden zondaars zijn die weg genomen worden naar het oordeel. Maar de Schrift laat ons iets heel anders zien. Jesaja spreekt over adelaars met een verwijzing naar de kerk: “maar wie de HERE verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat” (Jesaja 40:31). En God zei ook tegen Israël: “gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb” (Exodus 19:4).

In Matteüs spreekt Jezus over dat de uitverkorenen worden opgenomen door God: “En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere” (Matteüs 24:31). Paulus maakt dit duidelijk door te zeggen “want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen. Vermaant elkander dus met deze woorden” (1 Tessalonicenzen 4:16-18).

Hoe dramatisch als deze grote gebeurtenis ook zal zijn, Jezus wijst er op dat het op een doodgewone dag zou gebeuren. Het zal zijn zoals de laatste dagen van oordeel in de samenlevingen van Noach en Lot. Mannen en vrouwen zullen op hun werk zijn en bezig zijn met hun gewone dagelijkse bezigheden. Dan zal alles ineens heel plotseling gebeuren, in een klein ogenblik. Paulus zegt “allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden” (1 Korintiërs 15:51-52).

Het zal een dag net als alle andere dagen zijn. De mensheid zal zich er niet van bewust zijn, totdat plotseling op dat ene moment Christus komt om de Zijne te halen.

Kijkt u ook uit en verlangt u ook naar Zijn wederkomst?

Ik zou nooit iets doen wat maakt dat een medegelovige zou twijfelen aan zijn of haar gereedheid. De meeste mensen die deze boodschap lezen zeggen waarschijnlijk “Ja, ik ben klaar. Ik heb berouw getoond en heb mijn zonden beleden en ik ben vergeven. Ik heb mijn vertrouwen in Jezus’ gerechtigheid gelegd. Als Hij nu terug zou komen weet ik dat er geen enkele aanklacht tegen mij meer is. Ik weet in Wie ik heb geloofd, ik ben er zeker van dat ik de Zijne ben”. En ik zou hetzelfde zeggen over mezelf.

Maar bij het herlezen van de waarschuwingen van Christus kwam ik iets tegen wat ik maar niet van me af kan schudden. Jezus gebied “Waakt dan” (Matteüs 24:42). En vervolgens zegt Hij “Maar weet dit” (24:43), met andere woorden “Als u klaar wilt zijn – als u waakzaam bent zoals Ik dat zou willen – is er iets dat u moet weten”.

Jezus beschrijft vervolgens een man die dacht dat Hij voorbereid was maar het toch niet was. Het huis van deze man was “open gebroken” (24:43). Vervolgens omschrijft Jezus een persoon die werkelijk voorbereid was (24:45-47). En tenslotte geeft Hij een afschuwelijke waarschuwing over slechte dienaren die in de hel van de hypocrieten geworpen zouden worden (24:48-51).

De dienaar die werkelijk voorbereid is gelijkt op het hoofd van een huishouden die voorziet in voedsel voor diegene die onder hem staan. “Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?” (24:45). Jezus vertelt ons dat deze dienaar beloont wordt door hem aan te stellen als heer over heel Zijn bezit (zie 24:47). Klaarblijkelijk is het “op tijd geven van voedsel” van groot belang.

Wie zijn deze heren des huizes dan waar Jezus het hier over heeft? Het gaat hier over ouders, maar ook over herders die over het “huishouden van God” aangesteld zijn (Efeziërs 2:19). En hoe biedt een ouder “op tijd voedsel aan”? In bijbelse termen staat voedsel voor het Woord van God. De Griekse betekenis hier betekent ook “voedsel” vanuit het grondwoord “op te brengen”. De volgende zin “op tijd” betekent “op het juiste moment”. Christus zegt hier “Gezegend zijn die ouders die hun kinderen voeden met het woord van God. Ze zullen hen opvoeden met bijbelse vermaningen zolang er nog tijd is, voordat het te laat is”.

Amerikaanse kerken sturen zendelingen rond de hele wereld om de verlorenen te bereiken. Maar ondertussen verliest de kerk een complete generatie aan jeugd, en God zal ons hier verantwoordelijk voor stellen. Toen Jezus zei “Geef hen voedsel” zei Hij “Blijf bij het Woord”. Met andere woorden “Sluit geen compromis ten koste van Mijn heilige geboden. U kunt zich niet door uw jongeren laten intimideren om de waarheid te verbuigen. Ik geloof om diegene te eren die Mijn Woord eren”.

Moge de Heer van iedere christelijke ouder vandaag de dag zeggen wat Hij ook van Abraham zei “Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des HEREN zouden bewaren” (Genesis 18:19). Dergelijke ouders zullen aangesteld worden over de goederen van de Meester.

Jezus woorden hier zijn ook van toepassing op de dienaren in het huishouden van geloof. Net als ouders voeden de herders in Gods huis hun kudde met voedsel, en niet met enkel melk. Ze dienen hun kudde op te voeden in de vrees en vermaningen van God, door hen op te roepen tot volle wasdom in Christus. Jezus zegt het volgende over hen die dit trouw doen: “Gezegend is de herder die bij mijn komst gevonden wordt terwijl hij Mijn huishouden voedt. Hij voedt hen met Mijn zuivere woorden. Ik zeg tegen deze herders: Als ik terugkeer zal ik u aanstellen over Mijn goederen. En die goederen omvatten alles dat de Vader Mij gegeven heeft”.

Wanneer Jezus terugkeert zal Hij iedere godvruchtige herder bij Zich verzamelen, iedere herder wiens enige agenda was om uit te zien over alle zielen die aan hem toevertrouwd zijn. Dergelijke herders heersten niet over hun schapen om rijk te worden. Ze bouwden niet aan hun eigen dromen over de ruggen van de armen, de weduwen en de wezen. Nee, deze herders stonden op de kansel met angst en beven, wetende dat ze zich moeten verantwoorden tegenover een heilig God. Aan een ieder van deze herders zal Christus al Zijn bezittingen toevertrouwen en hen heersers maken over alles wat Hij heeft.

Hier is een waarschuwing waar we allemaal naar moeten luisteren

Wanneer Jezus de zin “Maar weet dit” gebruikt zegt Hij tegen ons “Negeer dit Woord niet!”. Vervolgens doet Hij de volgende uitspraak: “Maar als die slaaf slecht was, en in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft uit, en hij zou beginnen zijn medeslaven te slaan en met de dronkaards zou eten en drinken” (Matteüs 24:48-19).

Lucas 12 identificeert deze dienaar als dezelfde die ooit op een bepaald moment trouw “op tijd voedsel” gegeven had (Lucas 12:45). Deze dienaar is goed begonnen, hij was voorbestemd om te worden beloond door aangesteld te worden over de goederen van de Heer. Maar nu is hij volledig veranderd, hij wordt gezien terwijl hij de mensen om hem heen slaat terwijl hij dronken wordt met de dronkaards.

Wat is er gebeurt? Er is iets gebeurt in het hart van deze dienaar – een verandering die misschien niet opgevallen is, maar wel een die zijn hele houding heeft aangetast. Wat was deze verandering? Jezus vertelt ons: “Deze slechte dienaar zegt in zijn hart ‘mijn Heer stelt Zijn komst uit'” (24:48). Het Griekse woord voor “slaan” suggereert meerdere slagen. Met andere woorden, deze dienaar is in hypocrisie gevallen. Ik zie hem als iemand die zijn vrouw provoceert, vrijelijk vloekt, naar smerige en dubbelzinnige verhalen en roddels luistert. Hoe is hij op dit punt gekomen? Hij heeft zichzelf ervan overtuigd dat zijn Meester niet spoedig terugkeert. Wanneer hij in zichzelf beredeneert over “Mijn heer” spreekt hij over een compleet andere heer, niet over de rechtvaardige Meester. Hij heeft een eigen Jezus bedacht, een Christus van een ander evangelie.

Deze dienaar predikt zijn nieuwe houding niet. In plaats daarvan heeft de verandering plaatsgevonden in zijn denken. Hij hoeft niet zijn nieuwe geloof dat de Heer Zijn komst heeft uitgesteld niet te verkondigen, het is aan zijn leven te zien en dat maakt het hele verschil.

Sta er maar eens bij stil: Vraagt u zich af waarom zoveel kerken vandaag de dag gevuld zijn met onvoorbereidde, toegeeflijke plezierzoekers? Vraagt u zich wel eens af waarom zoveel Christelijke echtparen al scheiden bij de geringste aanleiding? Het is niet omdat hun herders hen leren om op die manier te leven. Nee, het is omdat veel herders niet geloven dat Christus in hun generatie zal terugkeren. Als u in sommige kerken zou opstaan om Matteüs 24:44 te prediken – “Wees klaar want Jezus kan ieder moment terugkeren” dan zou de voorganger daar aanstoot aan nemen. De mensen volgen slechts het pak.

Hoe was deze slechte dienaar “dronken met de dronkaards”? Jezus sprak hier niet enkel over alcohol. De Bijbel benoemt heel veel manieren van dronken zijn: dronken van woede, van bitterheid, van bloeddorstigheid. De belangrijkste alcohol in onze samenleving – het kalmerende middel die de meeste mensen vandaag de dag drinken – is welvaart! En Christenen genieten met volle teugen van deze drank!

Jezus waarschuwt ons: “Wat gebeurt er met u wanneer voorspoed en welvaart een grip op u krijgt? Uw hart wordt in bezit genomen door materiele goederen. Plotseling verliest u ieder bewustzijn van Mijn wederkomst. Uw leven loopt uit de hand, omdat u niet langer meer over een moreel kompas beschikt. En u begint te slaan en alles te doen wat u kunt om te krijgen wat u wilt. U wordt een dronkaard, stoned door de welvaart”.

Merk het oordeel op die Jezus beschrijft voor deze hypocrieten: “dan zal de heer van die slaaf komen op een dag, dat hij het niet verwacht, en op een uur, dat hij het niet weet, en hij zal hem folteren en hem in het lot der huichelaars doen delen. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars” (Matteüs 24:50-51).

Laat me het u nogmaals vragen: Bent u er klaar voor? Bent u begonnen om te houden van de gedachte dat Christus verschijnt? Paulus zegt “voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad” (2 Timoteüs 4:8). Jakobus dringt er ook bij ons op aan: “Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij” (Jakobus 5:8). “Een tweede maal zal hij, bevrijd van de zondelast, verschijnen aan allen die naar hem uitzien, en hun verlossing brengen” (Hebreeën 9:28 GNB).

Tenslotte schrijft Paulus “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Spreek hiervan, vermaan en weerleg met alle nadruk” (Titus 2:11-15)

Ik bid dat ik het soort herder mag worden die Paulus omschrijft. Ja, ik zie uit naar de terugkeer van mijn Meester. En, net als de apostel, kan ik met zekerheid zeggen “Ik heb een kroon die op mij wacht, omdat ik Zijn verschijning liefheb. Ik ben klaar, kom Heer Jezus, kom!”

Advertenties
  1. Nog geen reacties
  1. No trackbacks yet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: