Op hun voeten en gereed

Posted 09-02-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , , ,

“Saul werd bevreesd voor David, omdat de HERE met hem was” (1 Samuël 18:12)

Satan benijdt en is het meest bang voor hen die met God in gebed zijn geweest, en vastbesloten zijn om op te staan en de strijd aan te gaan in geloof. Satan is zelfs bang van een klein leger dat omgord is met geloof voor een gevecht. Hij krimpt ineens voor diegene die op hun voeten staan en er klaar voor staan om weerstand te bieden. En omdat hij u vreest, is hij er op uit om uw strijdlust af te laten nemen.

De duivel doet dit door te proberen uw gedachten te laten overstromen met verslagen, afleidende en helse gedachten die wantrouwen tegen God opwekken en vraagtekens zetten bij Zijn kracht. Hij zal het in uw gedachten en geest uitschreeuwen “Het heeft geen zin meer om te strijden, jij bent veel te zwak door al je persoonlijke worstelingen. Je zult nooit maar dan ook nooit overwinnaar zijn. De krachten van de hel zijn veel te sterk om te overwinnen. Dus je kunt net zo goed lekker achterover blijven zitten, je hoeft je niet meer zo druk te maken over de strijd”.

Dit is allemaal afleiding! Satan’s complete strategie is er op gericht om uw ogen af te houden van de overwinning aan het kruis! Hij wil dat u uw focus richt op uw zwakheden, uw zonden, uw tekortkomingen – and dat is waarom hij een vergrootglas wilt houden op uw huidige problemen en lijden. Hij wil u laten geloven dat u niet sterk genoeg bent om door te zetten. Maar het gaat helemaal niet om uw kracht, het gaat om Jezus’ kracht!

Het feit is dat wij allemaal in gevechten terecht komen, net zolang totdat wij sterven of totdat de Heere Jezus terugkeert. En er zullen ons ook seizoenen gegeven worden van rust, waarin alles uitgesteld wordt. Maar zolang wij hier op deze aarde zijn, zitten we temidden van een geestelijke oorlog. En er is simpelweg geen einde aan deze veldslagen. Dat is waarom Paulus zegt dat de Heere Jezus ons uitgerust heeft met wapens die bij machte zijn om grote bolwerken omver te halen. We zijn uitgerust met wapens waar satan niet tegen op kan: gebed, vasten en geloof.

De tijd is gekomen voor ons om onze focus niet meer te richten op onze huidige kwellingen. We moeten onze ogen van onze beproevingen afhouden en richten op de Kapitein van deze oorlog. De Heere Jezus heeft de sleutels vast van alle overwinningen en Hij heeft ons het volgende beloofd: “Ik heb jullie uitgerust met elk wapen dat nodig is voor de strijd. En ik ben klaar en bereid om u kracht te geven in uw tijden van zwakte”.

Een waardige wandel

Posted 04-02-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

De apostel Paulus leert het volgende aan de gemeente te Kolosse: “Dan zult u leven zoals de Heer het wil en altijd doen wat hij verlangt. En zo zult u vrucht dragen in goed werk op allerlei gebied en zult u groeien in de kennis van God” (Kolossenzen 1:10).

Wat is vereist voor een waardige wandel? Paulus vertelt ons “Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo” (Kolossenzen 3:12-13).

Paulus vertelt ons hier eigenlijk “Hier is mijn woord voor jullie in deze kritieke tijd. In het licht van de moeilijkheden waarvan u weet dat ze er aan zullen komen, dient u uw wandel te meten met die van de Heer”. Met andere woorden, we dienen onszelf het volgende af te vragen “Verander ik steeds meer en meer naar het beeld van Jezus Christus? Groeit er in mij steeds meer geduld of wordt mijn lontje steeds korter? Word ik vriendelijker en zachter of gemener en harder? Word ik steeds verdraagzamer en vergevingsgezind, of word ik bitterder en klamp ik mij vast aan wrok? Verdraag ik de zwaktes en de fouten van hen die naast mij staan, of moet ik altijd gelijk hebben?”.

Paulus suggereert hier dat, in het licht van de tijden die komen gaan, het niet uitmaakt wat voor werken je verricht hebt en aan welke liefdadigheid je doet. Ongeacht hoe vriendelijk u bent voor vreemdelingen, ongeacht hoeveel zielen u tot Christus leidt, deze vraag blijft staan: Wordt u aldoor steeds liefdevoller, geduldiger, vergevingsgezinder en verdraagzamer? Wordt u steeds meer als Christus?

Het onderzoeken van uw wandel met de Heer betekent niet zoiets als kijken naar waar u mee bezig bent, maar meer naar waartoe u aan het veranderen bent. Een dergelijke wandel kan niet bereikt worden door enkel menselijke inzet. Het zal niet plaatsvinden door vastberadendheid waarin u stelt “Ik word zo’n soort gelovige”. Het is een werk van de Geest, door geloof in God’s woord. Ten eerste lezen we deze woorden en geloven dat het God’s oproep naar ons toe is om onszelf te onderzoeken. Dus vragen we de Heilige Geest om ons te tonen wie wij werkelijk zijn, om ons zo te onderzoeken en te toetsen aan het Woord, daarna vragen wij de Geest om ons te helpen veranderen.

De gieren wegjagen

Posted 03-02-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , , ,

In Genesis 15 maakt God een prachtige afspraak met Abraham. Hij instrueerde deze patriarch om een vrouwelijke vaars en geit te nemen en hen in tweeën te snijden. Daarna moest Abraham een tortelduif en een duif nemen en hen op de grond leggen, met hun hoofden naar elkaar. Abraham deed precies zoals hem geboden was en terwijl deze schepsels op de grond lagen te bloeden begonnen er gieren af te dalen naar de karkassen toe. Plotseling werd Abraham omgeven door een diepe duisternis om hem heen. Wat was deze duisternis? Het was satan die in paniek was.

Hoe denkt u dat satan zou reageren wanneer hij alle beloftes van God de uwe ziet worden terwijl u uw leven aan de Heere Jezus geeft? De duivel zal in een jaloerse razernij vervallen; en wanneer hij uw vastbeslotenheid ziet om de hele weg af te gaan met de Heer, dan is er slechts een manier voor hem om te reageren: de hele hel raakt in paniek!

Wat deed Abraham toen de gieren kwamen? De Schrift zegt ons dat hij ze weg joeg, zo heeft de Heer ons ook een manier getoond om af te rekenen met deze dreigende gieren. We hoeven niet bang te zijn voor de aanvallen van de duivel, omdat wij machtige (geestelijke) wapens hebben ontvangen.

Wanneer er een stem van twijfel opkomt die zijn vraagtekens zet bij God dan moet ik hier de waarheid tegenover zetten met wat ik weet over mijn liefdevolle Heer. Ik kan geen enkele gedachte als waarheid aannemen als ze enkel gebaseerd zijn op wat ik op dat moment voel. Ze dienen afgemeten te worden aan de beloften van de Heer aan mij over Zichzelf en over de overwinning die Hij behaalt heeft voor mij.

Simpel gezegd, als er beschuldigende gedachten in mij opkomen – als zij twijfel of angst zaaien, als ze veroordelend zijn, of een gevoel van afwijzing voortbrengen – dan weet ik dat deze gedachten niet van God komen. We moeten allemaal voorbereid zijn op dergelijke verschrikkelijke gedachten, zelfs de Heere Jezus moest dit ondergaan terwijl de vijand Hem in de wildernis beproefte.

Als er gieren op u afkomen, en u gedachten brengen van onwaardigheid en onveiligheid, jaag ze dan weg met het woord van God. Het offer waar de Heer u naar toe geleid heeft heeft Hem behaagt, en Hij zal dit in ere houden.

Hij spreekt nog nadat hij gestorven is

Posted 03-02-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , ,

Als we Hebreeën 11 lezen dan vinden we een gemene deler in de levens van de benoemde personen. Een ieder van hen had een bijzonder kenmerk dat voor het soort geloof staat wat God liefheeft. Was was dit kenmerk? Hun geloof was geboren vanuit een diepe intimiteit met de Heer.

Het feit is dat het onmogelijk is om een geloof te hebben dat God behaagt zonder intimiteit met Hem te delen. Wat bedoel ik met intimiteit? Ik spreek over een nabijheid tot de Heer die voortkomt vanuit een verlangen naar Hem. Dit soort intimiteit is een nauwe persoonlijke band die komt als we meer naar de Heer verlangen dan naar wat dan ook in dit leven.

“Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is” (Hebreeën 11:4).

Ik wil een aantal belangrijke punten aanhalen uit dit vers. Ten eerste God zelf getuigde van het de gift of het offer van Abel. Ten tweede had Abel een altaar gebouwd voor de Heer waar hij zijn offers bracht. En hij offerde niet alleen de onbevlekte lammeren, maar ook de vette lammeren. “ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet” (Genesis 4:4).

Waar staat dat vet symbool voor in dit vers? Het boek van Leviticus zegt van het vet “En de priester zal het in rook doen opgaan op het altaar als een spijs ten vuuroffer, tot een liefelijke reuk; al het vet is voor de HERE” (Leviticus 3:16). Het vet was een deel van het offer wat maakte dat er een heerlijke geur vrij kwam. Dit deel van het dier vatte snel vlam en werd geconsumeerd door het vuur, en bracht een zoete geur voort. Het vet staat symbool voor het type gebed of broederschap dat acceptabel is voor God. Het staat symbool voor onze bediening aan de Heer in onze binnenkamer. En de Heer zelf verklaart dat een dergelijke aanbidding tot Hem komt als een welriekende reuk.

De eerste keer dat de Bijbel spreekt over een dergelijke aanbidding is bij Abel. Dat is waarom Abel vernoemd wordt in de “Hall of fame” in Hebreeën 11. Hij is het type dienaar die in gemeenschap met de Heer leefde, waarin hij Hem het beste offerde van wat hij had. Zoals Hebreeën het al verklaard, is het leven van Abel vandaag als een voorbeeld gesteld van een waar levend geloof: “Hij spreekt nog nadat hij gestorven is” (Hebreeën 11:4).

Ons geloof laten toenemen

Posted 02-02-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , ,

In Marcus 4 lezen we een verhaal van de Heere Jezus en Zijn discipelen op een boot, terwijl ze heen en weer geslingerd worden door de golven op de zee. Christus heeft zojuist de golven tot rust gemaand met slechts één enkel gebod. Hij keert zich naar Zijn discipelen en vraagt “Waarom zijt gij zó bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof?” (Marcus 4:40).

U zult misschien denken dat dit nogal hard klink. Het is namelijk volkomen menselijk om bang te worden in een dergelijke storm. Maar de Heere Jezus berispte hen niet om die rede, Hij vertelde hen “Ook al hebben jullie nu al zoveel tijd met Mij doorgebracht, nog steeds weten jullie niet wie ik ben. Hoe kunnen jullie nu al zo lang met Mij wandelen, maar mij niet kennen?”

En inderdaad, de discipelen waren verbijsterd door het verbazingwekkende wonder dat de Heere Jezus had verricht. “En zij werden bovenmate bevreesd en zeiden tot elkander: Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?” (Marcus 4:41).

Kunt u het zich voorstellen? Jezus’ eigen discipelen konden Hem niet. Hij had elk van hen persoonlijk geroepen om Hem te volgen en ze hebben aan Zijn zijde horden mensen bediend. Ze hebben wonderen van genezing verricht, hebben massa’s mensen te eten gegeten. Maar ze waren nog steeds vreemd op het gebied wie hun Meester werkelijk was.

Tragisch genoeg is het vandaag de dag niet veel anders. Grote menigtes christenen hebben in de boot gezeten met de Heere Jezus, hebben aan Zijn zijde gediend, en hebben grote groepen mensen bereikt met Zijn naam. Maar ze kennen hun Meester niet werkelijk. Ze hebben geen intieme tijd met Hem besteed door zich alleen met Hem in te sluiten. Ze hebben nooit eens stil gezeten in Zijn aanwezigheid, terwijl ze hun harten openen voor Hem, wachtend en luisterend om te begrijpen wat Hij tegen hen wil zeggen.

We zien ook nog een ander verhaal van het geloof van de discipelen terug in Lucas 17. De discipelen kwamen naar de Heere Jezus en vroegen Hem om hun “meer geloof te geven” (Lucas 17:5). Veel christenen vragen vandaag de dag dezelfde vraag: “Hoe kan ik meer geloof ontvangen?”. Maar ze zoeken het antwoord niet bij de Heer zelf.

Als u een toegenomen geloof wilt ontvangen dan moet u hetzelfde doen als de Heere Jezus tegen Zijn discipelen zei. Hoe reageerde de Heere Jezus op hun vraag om meer geloof? “Maak mijn maaltijd gereed, schort uw kleren op en bedien mij, tot ik klaar ben met eten en drinken, en daarna kunt gij eten en drinken” (Lucas 17:8). Jezus zei hier eigenlijk “Bekleed jezelf met geduld, kom dan aan Mijn tafel en hou een maaltijd met Mij. Ik wil dat je mij daar te eten geeft, je doet de hele dag vol blijdschap je arbeid voor Mij en nu wil Ik dat je bij Mij komt zitten en tijd met Mij doorbrengt. Kom bij Me zitten, open je hart en leer van Mij”.

Hij verheugde God

Posted 29-01-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , , ,

Henoch leefde in in een nabije vriendschap met God. Sterker nog, zijn omgang met God was zo intiem dat de Heer hem optrok in Zijn glorie lang voordat zijn leven op aarde mogelijk geëindigd was.

“Door het geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want vóórdat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest” (Hebreeën 11:5)

Waarom koos de Heer er voor om Henoch weg te nemen? Het eerste woord uit deze vers vertelt ons vrij duidelijk dat dit was vanwege zijn geloof. Bovendien vertelt het slotwoord uit deze zin ons dat Henoch’s geloof God welgevallig was (God vond vreugde in hem). Het griekse grondwoord voor vreugde hier betekent: volledig verenigd, geheel aangenaam, in totale openheid. Kortweg, Henoch had de meest intieme omgang met de Heer die welk mens dan ook kan hebben; en deze intieme vriendschap bracht God vreugde.

De bijbel leert ons dat Henoch begon met zijn wandel met God nadat hij vader geworden was van zijn zoon, Methusalem. Henoch was op dat moment 56 jaar oud, hij besteedde de volgende 300 jaar van zijn leven aan een intieme relatie met God. De hebreeën brief laat duidelijk zien dat Henoch zo in contact stond met de Vader, dat hij zo dichtbij stond dat God er voor koos om hem zelf naar zichzelf te brengen. De Heer zei in essentie tegen Henoch: “Ik kan je niet verder meer brengen in het vlees, om onze intimiteit op een nog hoger niveau te krijgen is het noodzakelijk dat ik jou wegneem naar mij toe”. Dus trok Hij henoch weg, de glorie in.

Volgens Hebreeën 11:5 was het de intimiteit van Henoch wat God zo verheugde. Voor zover wij weten heeft deze man nog nooit een wonder verricht, heeft hij nog nooit een diepgaande theologie ontwikkeld en heeft hij nooit enig groot werk verricht die waardig genoeg is om vermeld te worden in de Schrift. In plaats daarvan lezen we deze simpele beschrijving van het leven van deze trouw man: “Henoch wandelde met God”.

Henoch had een intieme omgang met de Vader en zijn leven is een getuigenis van wat het betekent om werkelijk te wandelen in geloof.

Vriend van God

Posted 29-01-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , , ,

Kijk eens naar de manier waarop God zelf Zijn relatie met Abraham beschreef: “Abraham, mijn vriend” (Jesaja 41:8). Zo vertelt het Nieuwe Testament ons ook: “Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd” (Jakobus 2:23).

Wat een ongelooflijke lof, om de vriend van God genoemd te worden. De meeste Christenen hebben wel eens het bekende lied “What a friend we have in Jesus” gezongen. Deze bijbelse passages brengen deze waarheid met kracht. Dat de Schepper van het hele universum een mens Zijn vriend noemt lijkt alle menselijke begrippen te boven te gaan. Maar toch overkwam het Abraham, het is een teken van de grote intimiteit die deze man had met God.

Het hebreeuwse woord dat Jesaja gebruikt voor vriend duidt op genegenheid en nabijheid. En het griekse woord dat Jakobus gebruikt voor vriend staat voor een geliefde, nabije metgezel. Beide impliceren een diepe, gedeelde intimiteit. Hoe meer we naar de Heer toe groeien hoe groter ons verlangen wordt om volledig in Zijn aanwezigheid te leven. Bovendien beginnen we steeds helderder te zien dat de Heere Jezus onze enige echte fundering is.

De Bijbel vertelt ons dat Abraham “uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd” (Hebreeën 11:10). Voor Abraham was niets in zijn leven permanent. De Schrift zegt dat de wereld “een vreemde plek” was voor hem, het was geen plek om wortel te schieten. Het hemelse vaderland waar Abraham naar verlangde was geen letterlijke plaats, het gaat om thuis kunnen zijn met de Vader. Ziet u, het hebreeuwse woord voor deze zin “hemels vaderland” is Pater. Het komt van een hebreeuws grondwoord dat betekent Vader. Dus het hemelse land waar Abraham naar zocht was, letterlijk, een plaats met de Vader.

Maar Abraham was geen mysticus, hij was ook geen asceet die slechts heilige lucht inademde en leefde in een geestelijke nevel. Deze man leefde een aards leven, nauw betrokken bij de zaken die de wereld aangaan. Hij was immers de eigenaar van een kudde van duizenden dieren en had genoeg dienaren om een kleine militie op te richten. Abraham moest een drukbezet man geweest zijn, altijd bezig om zijn dienaren aan te sturen en zijn vee te verhandelen, schapen en geiten.

Maar toch, op de een of andere manier, ondanks zijn vele zakelijke aangelegenheden en verantwoordelijkheden, vond Abraham tijd voor intimiteit met de Heer.

De kracht van groen blijven

Posted 28-01-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , ,

Ik werd geleid om Openbaring 9 te lezen en te bestuderen, het hoofdstuk over de sprinkhanen. Terwijl ik vers 4 las, over God’s gebod aan de sprinkhangen om geen schade aan te brengen aan alles wat groen is, kwam er een gedachte in me op. Ik realiseerde mij dat hier een sleutel lag om in veiligheid te blijven ten tijde van terreur: “blijf groen”; David schreef “Maar ik ben als een groenende olijfboom in het huis van God; ik vertrouw op Gods goedertierenheid, altoos en immer” (Psalm 52:10).

Het “groene” waar David hier naar verwijst duidt op geestelijke gezondheid. Het betekent bloeien, groeien, vruchtbaar zijn. David vertelt ons “Mijn gezondheid komt vanuit mijn vertrouwen op God. Ik bloei omdat ik me tot Hem wend, mijn vertrouwen in Hem produceert geestelijk leven in mijn binnenste”.

Hier is een glorieuze waarheid over de kracht van groen blijven. “Zo zegt de HERE: Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt, wiens hart van de HERE wijkt; hij toch zal zijn als een kale struik in de steppe, die het niet merkt, als er iets goeds komt, maar staat in dorre oorden in de woestijn, een ziltachtig, onbewoond land” (Jeremia 17:5-6).

De Heer waarschuwt hier “Vertrouw niet op de mens. Als u uw vertrouwen legt in menselijke kracht in plaats van in Mij dan zult u vervloekt zijn”. Maar, als we ons vertrouwen op de Heer stellen, dan is dit wat dat geloof voortbrengt: “Gezegend is de man die op de HERE vertrouwt, wiens betrouwen de HERE is; hij toch zal zijn als een boom, aan het water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt, als er hitte komt, maar welks loof groen blijft, die in een jaar van droogte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen” (Jeremia 17:7-8).

Wanneer we volledig op onze hemelse Vader vertrouwen, dan leggen we onze wortels in Zijn rivier van gezondheid. En Zijn goddelijke kracht – weelderige, groene, geestelijke gezondheid – zal in ons en door ons stromen. Terwijl alles rondom ons heen aan het wegrotten is, zullen wij floreren als groene bomen, gezond en sterk. En wanneer ons uur van beproeving komt zullen wij niet wegkwijnen of verwelken. In plaats daarvan zal ons geloof en vertrouwen groeien.

God’s vuur brand nog steeds

Posted 27-01-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

Triest genoeg lijkt het lichaam van Christus vandaag de dag op een moderne vallei der dorre beenderen. Het is een wildernis gevuld met gebleekte skeletten van gevallen christenen. Bedienaars en andere toegewijde gelovigen zijn opgebrand vanwege een blijvende zonde. En nu zijn ze vervuld met schaamte, verbergen ze zich in grotten. Net als Jeremia hebben zij zichzelf nu overtuigd “Ik wil aan Hem niet denken en in zijn naam niet meer spreken” (Jeremia 20:9).

God vraagt vandaag nog steeds dezelfde vraag als Hij vroeg aan Ezechiël: “Kunnen deze dode botten weer tot leven komen?”. Het antwoord voor deze vraag is een absolute JA! Hoe? Het gebeurt door de vernieuwing van ons geloof in God’s Woord.

Het Woord van God is zelf een verterend vuur. Het is inderdaad het enige licht dat we hebben tijdens onze donkere nachten van wanhoop. Het is onze enige verdediging tegen de leugens van de vijand wanneer hij ons influistert “Het is allemaal voorbij nu, je hebt je vuur verloren en je zult het nooit meer terug krijgen”.

Het enige dat ons uit deze duisternis brengt is geloof. En geloof komt door het horen van de woorden van God. We moeten ons simpelweg vastklampen aan het Woord dat in ons gelegd is. De Heer heeft ons beloofd “Ik zal u nooit laten vallen; daaarom heeft u geen rede tot wanhoop. Er is geen aanleiding om op te geven, vertrouw en vind uw rust in Mijn woord”.

U zult misschien denken “maar deze donkere nacht is erger dan wat ik ooit heb meegemaakt. Ik heb duizenden preken gehoord over God’s Woord, maar geen enkele van deze preken lijken nog enige waarde te hebben voor mij op dit moment”. Ga niet zitten tobben, het vuur van God brand nog steeds in uw binnenste, ook al ziet u dit niet. Wat u dient te doen is de olie van geloof over dit vuur heen te gooien. En u kunt dit doen door te vertrouwen op de Heer. Wanneer u dit doet, dan zult u zien dat al uw twijfels en al uw lusten worden weggenomen en verteerd.

God’s geest blaast weer leven in alle droge beenderen. Hij herinnert hen aan het Woord dat Hij in hen gelegd heeft. En zij die eens voor dood lagen worden weer tot leven gewekt. Ze huilen zoals Jeremia eens deed “God’s vuur is te lang in mij opgesloten geweest. Ik kan het niet langer meer tegenhouden, ik voel dat de kracht van God in mij opkomt. Hij legt leven in mijn binnenste en ik ga de woorden spreken die Hij mij gaf. Ik ga Zijn genade en helende kracht verkondigen”.

Mijn leven is behouden

Posted 27-01-2010 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , ,

De bijbel vertelt ons dat Jacob een ongelooflijke openbaring ontving door een 1-op-1 ontmoeting met God: “En Jakob noemde de plaats Pniël, want (zeide hij) ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven” (Genesis 32:30). Wat waren de omstandigheden rond deze openbaring? Het was het laagste, diepste en angstaanjagendste punt in het leven van Jacob. In dit tijd was Jacob gevangen tussen twee krachtige machten: zijn boze schoonvader en zijn vijandige, verbitterde broer Ezau.

Jacob had twintig jaar lang arbeid verricht voor Laban, die hem keer op keer misleidde. Uiteindelijk had Jacob er genoeg van, en zonder het aan Laban te vertellen nam hij zijn gezin bij zich en vluchtte weg.

Laban achtervolgde hem vanuit het oosten, met een klein leger, klaar om hem te doden. Maar, alleen toen God Laban een waarschuwing gaf in een droom om Jacob niets aan te doen liet deze man zijn schoonzoon gaan. Laban was niet eerder dan dat uit beeld, maar dan kwam Ezau uit het westen. Hij leidde ook een klein leger van zo’n 400 man, klaar om zijn broer te doden vanwege het stelen van zijn geboorterecht.

Jacob werd geconfronteerd met een totale ramp en was ervan overtuigd dat hij op het punt stond om alles te verliest. Alles zag er totaal hopeloos uit; maar in dat donkere uur had Jacob een ontmoeting met God zoals hij die daarvoor nog nooit gehad had. Hij worstelde met een engel waarvan geleerden denken dat het de Heer zelf was.

Sta nu ook eens stil bij Job. In Job’s moeilijkste tijd verscheen God aan hem als een wervelstorm. En de Heer gaf deze man een van de grootste openbaringen over zichzelf die de mens ooit gezien had.

God nam Job mee in de kosmos, en daarna naar de diepten van de zee. Hij leidde hem door alle geheimen van de schepping. En Job zag dingen die nog nooit iemand gezien had. Hij kreeg de totale heerlijkheid en majesteit van God te zien. Job kwam door deze ervaring en prees God, zeggende “Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen uwer plannen wordt verijdeld. „Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?” Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep.  „Hoor nu, en Ik zal spreken; Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij onderricht.” Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd” (Job 42:2-5).

Er gebeurt iets geweldigs wanneer we simpelweg vertrouwen. Er komt een vrede over ons heen, die ons in staat stelt te zeggen “Het maakt niet uit wat er uit deze beproeving voortkomt, mijn God heeft alles onder controle, ik heb niets te vrezen”.