Met je vingers in het haar

Posted 10-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , , , ,

Christus beschrijft de laatste dagen als een verontrustende, angstige tijd “En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding. terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen” (Lucas 21:25-26).

Wat gaf de Heere Jezus ons om ons voor te bereiden op deze gebeurtenissen? Wat was zijn antigif voor de angst die er aan zit te komen? Hij vertelde ons ter illustratie dat de Vader zelfs aandacht heeft voor de mus, dat God de haren op onze hoofden geteld heeft. Deze illustraties worden zelfs nog betekenisvoller als we de context bekijken waarin Jezus ze gaf.

Hij vertelde deze zaken aan zijn twaalf discipelen, toen hij ze uitzond om het evangelie te vertellen in de steden en dorpen van Israel. Hij had ze net begiftigd met de macht om demonen uit te drijven en om alle vormen van ziekte te genezen en doden op te wekken. Stelt u zichzelf eens voor wat een grandioos moment dit moet zijn geweest voor de discipelen. Ze kregen de kracht om wonderen te doen! Maar toen kwamen deze beangstigende waarschuwingen van hun Meester.

“Je zult geen geld op zak hebben. En je zult geen thuis hebben, niet eens een dak boven je hoofd om onder te slapen. In plaats daarvan zullen jullie ketters en duivels genoemd worden. Jullie zullen geslagen worden in de synagogen, voor de rechters gesleept worden en in de gevangenis geworpen worden. Jullie zullen gehaat en veracht worden, verraden en vervolgd. Jullie zullen van stad tot stad moeten vluchten om te voorkomen dat jullie gestenigd worden”.

Stelt u zich eens voor dat deze mannen met grote ogen zitten te luisteren naar de Heere Jezus, de angst moet hen op hun harten geslagen hebben. Ik kan me voorstellen dat ze zich afvroegen “Wat is dit voor soort bediening? Is dat wat de toekomst mij te brengen heeft? Dit is de somberste kijk op het leven die ik ooit gehoord heb”.

Maar, in deze zelfde scene, vertelde de Heere Jezus zijn geliefde vrienden tot drie maal toe: “Vrees niet!” (Matteus 10:26, 28, 31). En hij gaf hen het tegengif voor angst: “Het oog van de Vader is op de mus. Hoeveel temeer zal Hij om zien naar u, Zijn geliefden?”.

Jezus zei “Als de twijfel om de hoek komt kijken – wanneer je aan het einde van je latijn bent en je denkt dat niemand ziet waar je doorheen gaat – dan is dit de manier om rust en zekerheid te vinden. Kijk naar buiten naar de kleine vogeltjes, en haal je vingers door je haar. En herinner dan wat ik verteld heb, dat deze kleine wezentjes van een onschatbare waarde zijn voor de Vader. En jullie haren herinneren jullie er aan dat jullie van een nog grotere waarde zijn voor Hem. Zijn oog is altijd op jullie, Hij ziet elke dag naar jullie om. En Hij die elke beweging van jullie hoort en ziet is nabij”.

Dat is hoe onze Vader voor ons zorgt in moeilijke tijden.

Door alles heen

Posted 06-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , ,

Toen Paulus terrecht stond in Rome werd hij onder verschrikkelijke omstandigheden vastgehouden (lees Filippenzen 1:13-14). Hij werd 24 uur per dag bewaakt door soldaten en zijn voeten waren aan beide kanten vastgeketend aan een soldaat. Deze mannen waren ruw en gehard en vloekten regelmatig. Ze hebben het allemaal meegemaakt, en in hun werk was elke gevangen man een schuldige crimineel, dus ook Paulus.

Stel uzelf eens de onwaardigheden voor die Paulus moest ondergaan in die situatie. Hij had geen tijd voor zichzelf, geen enkel moment van vrijheid. Elk bezoek van zijn vrienden werd nauwlettend in de gaten gehouden, terwijl de wachters waarschijnlijk elk gesprek van Paulus belachelijk maakten. Het had vrij gemakkelijk gekunt dat de waardigheid van deze man van God compleet verdween door deze behandeling.

Denk er maar eens ove na, hier was een man die heel actief geweest is, ervan houd om de wegen en zeeën te bereizen om andere christenen te ontmoeten. Paulus haalde zijn grootste vreugde uit het bezoeken van gemeenten die hij gesticht had. Maar nu was hij vastgeketend, letterlijk gebonden aan de hardste, goddeloze mannen die er bestaan.

Paulus had twee opties in zijn situatie. Hij kon vervallen in een morbide en zure houding, waarin hij dezelfde zelf-gerichte vraag keer op keer weer stelt: “Waarom ik?”. Hij kon de put van wanhoop in klimmen, zichzelf een hopeloze depressie aanpraten, terwijl hij volledig geconsumeerd is door de gedachte “Hier ben ik, compleet vastgebonden, mijn bediening is stopgezet, terwijl anderen daar buiten genieten van een oogst van zielen. Waarom?”.

Maar Paulus koos ervoor om te vragen “Hoe kan mijn huidige situatie glorie en eer brengen aan Jezus Christus? Hoe kan er iets goeds gedaan worden met deze beproeving?”. Deze dienaar van God had zichzelf er op ingesteld: “Ik kan mijn omstandigheden niet veranderen. Ik kan zelfs sterven in deze situatie. Maar ik weet dat mijn stappen gerangschikt zijn door de Heer. Daarom ga ik Christus vereren en een getuigenis zijn voor de wereld terwijl ik hier vastgeketend zit”. “ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood” (Filippenzen 1:20).

Paulus’ houding demonstreert de enige manier hoe we uit onze donkere put van ongelukkigheid en zorgen kunnen komen. Ziet u, het is mogelijk onze hele toekomst te verpesten door angstig te wachten tot we gered worden uit ons lijden. Als dat onze focus wordt, dan missen we het wonder en de vreugde van onze werkelijke vrijmaking door dit proces.

Overweeg Paulus’ uitspraak: “U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid” (Filippenzen 1:12). Paulus zegt hier “Heb geen medelijden met mij en denk niet dat ik ontmoedigd ben over mijn toekomst. En zeg alsjeblieft niet dat mijn werk gedaan is. Ja, ik zit vastgeketend en ik moet lijden, maar het evangelie wordt verkondigd door dit alles heen”.

Het woord des levens vasthouden

Posted 05-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , ,

Paulus schrijft “het woord des levens vasthoudende, mij ten roem tegen de dag van Christus, dat ik niet vruchteloos (mijn wedloop) gelopen, noch vruchteloos mij ingespannen heb” (Filippenzen 2:16). Paulus stelde zichzelf de dag voor dat hij voor de troon zou staan en alle geheimen van de verlossing aan hem worden geopenbaard.

De Schrift zegt dat op die dag onze ogen geopend zullen worden, en we de glorie van de Heer zullen aanschouwen zonder dat Hij ons berispt. Onze harten zullen in vuur en vlam staan wanneer Hij alle mysteries van het universum voor onze ogen opent en ons alle krachten die er achter zitten toont. Plotseling zullen we alles zien dat voor ons beschikbaar stond tijdens onze aardse beproevingen: de kracht en de middelen van de hemel, de beschermende engelen, de blijvende aanwezigheid van de Heilige Geest.

Wanneer we de grootsheid van deze dingen aanschouwen zal de Heer tegen ons zeggen “De hele tijd stonden mijn strijders voor jou klaar, een compleet leger van krachtige boodschappers waren aan jou toegewezen. Je bent nooit in gevaar geweest en je hebt nooit een enkele rede gehad om bang te zijn voor de dag van morgen”.

Dan zal Christus ons de Vader tonen, en wat een overweldigend moment zal dat wezen. Wanneer we de Majesteit van onze hemelse Vader aanschouwen, zullen we ons ten volle bewust zijn van Zijn liefde en zorg voor ons, en plotseling zal de waarheid in al haar volheid op ons afkomen: “Dit was en is, en zal voor eeuwig onze Vader zijn, waarlijk de grote IK BEN”.

Dit is waarom Paulus zijn woord over Gods trouw vasthield. Op die glorieuze dag wil Hij niet in Gods aanwezigheid staan en denken “Hoe kon ik zo blind zijn? Waarom vertrouwde ik niet volledig op Gods plan? Al mijn zorgen en vragen waren voor niets”.

Paulus vermaant ons “Ik wil mezelf op die dag verheugen, wanneer mijn ogen volledig worden geopend. Ik wil in staat zijn om te genieten van elke openbaring wetende dat ik op Zijn beloften vertrouwd heb, dat ik niet mijn werken gedaan heb vanuit een twijfel. Ik wil weten dat ik het woord des levens heb vastgehouden in al mijn reacties op mijn lijden, dat ik een goede strijd gestreden heb, dat ik bewezen heb dat mijn Heer trouw is”.

Paulus vat het allemaal samen met het woord: “maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus” (Filippenzen 3:14). Kortweg dacht hij dat het onmogelijk was om je toekomst in Gods handen te leggen, als je niet eerst je verleden aflegd.

Verheug u in de Heer

Posted 04-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , ,

“Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!” (Filippenzen 4:4). Dit zijn de slotwoorden van Paulus aan de Filippenzen. Hij zei niet “Ik zit in de gevangenis en deze ketens zijn een zegen. Ik ben zo blij vanwege mijn pijn”. Nee, ik ben ervan overtuigd dat Paulus dagelijks bad voor zijn vrijlating en dat hij het zo nu en dan het uitschreeuwde om kracht om het vol te kunnen houden. Zelfs Jezus, in Zijn uur van beproeving en pijn, riep het uit tot de Vader “Waarom heeft u mij verlaten?”. Dat is de eerste reactie temidden van onze van onze beproevingen, te roepen “Waarom?”, gelukkig is de Heer geduldig met ons.

Maar God heeft er ook in voorzien dat onze “wat als” en “waarom” vragen beantwoord worden in Zijn woord. Paulus schreef “daar zij weten, dat ik tot verdediging van het evangelie gesteld ben … Christus wordt bekendgemaakt, en daar ben ik blij om. En dat zal ik ook blijven” (Fillipenzen 1:16-18). Met andere woorden vertelt hij ons: “Ik weet dat Gods woorden worden getoetst op basis van mijn reactie op deze beproeving. Ik heb mezelf er op ingesteld dat ik niets wil doen dat het evangelie te schande maakt of het krachteloos doet lijken. Het feit is dat Christus gepredikt wordt door mijn kalme gelaat, door mijn rust temidden van dit alles. Iedereen die mij ziet weet dat het evangelie dat ik predik mij door moeilijke tijden heen brengt. Het bewijst dat de Heer iedereen door welke situatie dan ook kan heen leiden, elk vuur en elke vloed, en Zijn evangelie zal verkondigd worden door deze ervaring heen”

Hier is de boodschap die ik hoor door Paulus en Abraham heen: We hoeven niets groots te doen voor de Heer, we dienen Hem alleen te vertrouwen. Onze rol is om onze levens in Gods handen te leggen en te geloven dat Hij voor ons zal zorgen. Als we dat simpelweg doen, dan wordt Zijn evangelie verkondigd, ongeacht wat onze omstandigheden zijn. En Christus zal geopenbaard worden in ons, vooral in onze moeilijke omstandigheden.

Sam, een ouderling in onze gemeente, vertelde mij eens “Pastor David, de manier waarop u reageert in moeilijke tijden is een getuigenis voor mij”. Wat Sam zich niet realiseerde is dat zijn leven als een preek is voor mij. Hij leeft met een chronische pijn die hem ervan weerhoud om een goede nachtrust te hebben. Maar ondanks deze constante pijn is zijn toewijding aan de Heer als een getuigenis voor ons allemaal. Zijn leven verkondigd Christus net zo krachtig als welke preek van Paulus dan ook.

Wordt Christus verkondigd temidden van uw huidige omstandigheid?
Ziet uw familie de kracht van het evangelie werken in u?
Of zien zij slechts paniek, wanhoop en twijfel aan Gods trouw?
Hoe reageert u op uw verwondingen en moeilijkheden?

God heeft alles onder controle

Posted 04-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , ,

De aarde trilt op haar grondvesten door de toenemende terreur en rampen rondom de wereld. Elke dag worden we wakker om weer te horen van een andere ramp. sommige mensen zeggen zelfs dat we getuige zijn van het begin van de derde wereld oorlog.

Ongelovigen worden er steeds meer van overtuigd dat er geen oplossingen meer over zijn, dat alles in chaos zal vervallen omdat er geen “alziend bestuur” aanwezig is. Maar Gods volk weet beter, wij weten dat er geen rede is om angstig te zijn, omdat de Schrift ons keer op keer er aan herinnert dat God alles onder controle heeft. Er gebeurt niets zonder dat Hij er iets van weet.

In de psalmen staat geschreven: “Want het koninkrijk is des HEREN, Hij is heerser over de volken” (Psalm 22:29). Zo verklaarde de profeet Jesaja ook: “Nadert, gij volken, om te horen; en gij natiën, merkt op! De aarde hore en haar volheid, de wereld en al wat daaruit ontspruit” (Jesaja 34:1). Hij zegt hier: “Luister naties, geef me je oor. Ik wil jullie iets belangrijks vertellen over de Schepper van hemel en aard”. Jesaja verklaart dat wanneer Gods verontwaardiging wordt opgewekt tegen de naties en hun legers, dat het de Heer zelf is die hen naar de slachtbank leidt. “Zie, volken zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal; zie, eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt; … Alle volken zijn als niets voor Hem, zij worden door Hem beschouwd als nietig en ijdel … Hij troont boven het rond der aarde, en haar bewoners zijn als sprinkhanen; Hij breidt de hemel uit als een doek en spant hem uit als een tent waarin men woont … Met wie dan wilt gij Mij vergelijken, dat Ik hem zou gelijk zijn? zegt de Heilige” (Jesaja 40:15, 17, 22, 25).

Jesaja richt zich dan tot Gods volk, die verslagen en verontrust zijn vanwege de gebeurtenissen in de wereld. Hij vertelt: “Kijk naar de lucht, naar de grootse hemelen. Zie de miljoenen sterren die daar geplaatst zijn. Uw God heeft deze gemaakt en ze stuk voor stuk een naam gegeven. Bent u voor Hem niet meer waard dan deze? Vrees dan niet”.

We moeten weten dat er een kaart is in de hemel, een plan die onze Vader heeft bedacht voor de richting waar het met ons opgaat. Hij kent het einde en het begin, en terwijl dit plan tot bloei komt denk ik dat we ons het volgende moeten afvragen: “Waarop is het oog van de Heer gericht in dit alles?”. Zijn oog is in ieder geval niet gericht op al die dictators die heersen als afgoden en Zijn oog is ook niet gericht op al hun bedreigingen. De Schrift verzekerd ons dat alle bommen, legers en krachten van deze mannen niets voorstellen voor de Heer. Hij lacht er zelfs om omdat deze heersers slechts kleine stofvlokjes zijn, spoedig zal Hij ze allemaal wegblazen.

“Hij geeft de machthebbers over ter vernietiging, Hij maakt de regeerders der aarde tot ijdelheid; nauwelijks zijn zij geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks wortelt hun stek in de aarde, of Hij blaast reeds op hen, zodat zij verdorren, en een storm neemt ze op als stoppels” (Jesaja 40:23-24).

Mijn werken waren voor niets

Posted 04-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , ,

Bent u geshockeert als ik u vertel dat de Heere Jezus het gevoel had dat Hij helemaal niets bereikt had?

In Jesaja 49:4 lezen we deze woorden: “Doch ik zeide: Tevergeefs heb ik mij afgemat, voor niets en vruchteloos mijn kracht verbruikt. Evenwel, mijn recht is bij de HERE en mijn vergelding is bij mijn God”. Let er op dat dit niet de woorden zijn van Jesaja, die geroepen was door God op volwassen leeftijd. Nee, dit zijn de woorden van Jezus zelf, gesproken door iemand die was “geroepen vanuit de moederschoot … om Jakob terug te brengen (en om Israel rond hem te verzamelen)”.

Toen ik bij deze passage kwam, een passage die ik al meerdere malen gelezen had, kwamen er allerlei vragen in me op. Ik kon haast niet geloven wat ik las. Jezus woorden over “tevergeefs heb ik mij afgemat” waren een reactie aan de Vader die zojuist had verklaard “Jij bent mijn dienaar, om jou zal men mij hulde brengen” (Jesaja 49:3). We lezen Jezus’ verrassende reactie in het volgende vers “Ik heb vergeefs gezwoegd, al mijn krachten verspild”.

Nadat ik dit gelezen had ging ik rechtop staan in mijn studeerkamer en zei “Wat geweldig, ik kan nauwelijks geloven dat Christus zo kwetsbaar was, dat hij aan de Vader toegaf dat hij iets doormaakte wat wij mensen ook zo nu en dan moeten doormaken. In zijn menselijkheid proefde hij van dezelfde ontmoediging, dezelfde moedeloosheid, dezelfde verwonding. Hij had dezelfde gedachten als die ik had over mijn eigen leven. ‘Dit is niet waarvan ik dacht dat beloofd was, ik heb mijn krachten verspild, het is allemaal voor niets geweest’”.

Terwijl ik deze woorden las hield ik alleen maar meer van de Heere Jezus. Ik realiseerde mezelf dat Hebreeën 4:15 niet alleen een cliché is: Onze redder kan werkelijk meevoelen met onze zwakheden, en werd verleid op allerlei manieren net zoals wij, maar Hij was wel zonder zonde. Hij wist van deze verleiding van satan toen Hij dezelfde aanklagende stem hoorde “Jou missie is niet voltooid, je leven is een grote mislukking geweest”.

Christus kwam in deze wereld om de wil van de Vader te vervullen door Israel te doen heropleven. En hij deed precies wat hem was opgedragen. Maar Israel wees Hem af: “Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen” (Johannes 1:11).

Waarom zou Jezus, of welke man of vrouw van God dan ook, zulke wanhopige woorden spreken: “Tevergeefs heb ik mij afgemat”. Hoe kon de zoon van God toch zo’n uitspraak doen? En waarom zijn generaties gelovigen gereduceerd tot zulke woorden van wanhoop? Het is allemaal het resultaat van te hoge verwachtingen en weinig resultaten.

U zult wel denken “Deze boodschap klinkt alsof deze alleen maar gericht is aan voorgangers, of tegen hen die geroepen zijn om een groot werk voor God te doen. Ik snap dat een dergelijke boodschap bedoelt is voor de bijbelse profeten. Maar wat heeft het met mij te maken?”. De waarheid is dat wij allemaal geroepen zijn tot een groot, gedeeld doel, tot één bediening, en dat is om te worden als Jezus. We zijn geroepen om te groeien in Zijn gelijkenis, om verandert te worden naar Zijn beeld.

Wees standvastig en onwankelbaar

Posted 03-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , ,

We hebben van Jesaja 49 geleerd dat de Heer uw strijd kent. Hij is u vooruitgegaan in deze strijd en het is geen zonde om te denken dat uw arbeid voor niets is geweest of dat u teneergeslagen bent met een gevoel van mislukking vanwege verbrijzelde verwachtingen. Jezus zelf ervoer dit ook en was zonder zonde.

Het is echter heel gevaarlijk om deze leugens te laten etteren en je ziel te laten ophitsen. Jezus toonde ons de weg om uit deze moedeloosheid te komen met deze verklaring: “Tevergeefs heb ik me afgemat, ik heb al mijn krachten verbruikt, het was voor niets, het heeft geen zin gehad. Maar de HEER zal me recht doen, mijn God zal me belonen” (Jesaja 49:4). Het hebreeuwse woordt voor recht doen is hier “vonnis”. Christus zegt hier “Het uiteindelijk vonnis ligt bij mijn Vader, Hij alleen geeft oordeel over alles dat ik gedaan heb en hoe effectief het geweest is”.

God spoort ons aan door dit vers: “Stop ermee om uw werken voor mij te beoordelen. U heeft er niets mee te maken te bepalen hoe effectief u geweest bent. U heeft niet het recht uzelf een mislukking te noemen. U heeft werkelijk geen enkel idee wat voor invloed u gehad heeft”. En inderdaad, als we voor Zijn troon komen te staan weten we vrij weinig van dit soort zaken af.

In Jesaja 49 hoorde Jezus de Vader het volgende zeggen: “Dus Israel is nog niet bijeengeroepen. Ja, Ik heb je geroepen om alle stammen samen te brengen, en dat is niet gebeurd op de manier zoals je het jezelf voorstelde. Maar die roeping was maar een kleinigheid vergeleken met wat er op je bord komt te liggen. Het is niets in vergelijking met wat Ik in petto heb voor je. Ik maak van jou het licht van de wereld, je zult redding brengen aan de gehele aarde”.

“Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt” (Jesaja 49:6).

Wanneer de duivel tegen u aan het liegen is, en zegt tegen u dat alles wat u gedaan heeft vergeefs geweest is, dat u nooit uw verwachtingen vervuld zult zien. Dan is God in al Zijn glorie een grotere zegen aan het voorbereiden. Hij heeft betere dingen voor u in petto, iets wat uw voorstellingsvermogen ver te boven gaat.

We moeten niet langer meer naar de leugens van de vijand luisteren. In plaats daarvan moeten we rust vinden in de Heer, we moeten Hem geloven dat Hij Zijn werk volbrengt om ons meer als Christus te maken. We dienen boven onze wanhoop uit te stijgen om op dit woord te gaan staan:

“Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here” (1 Korintiërs 15:58).

Geef Mij je toekomst

Posted 03-11-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , ,

De Heer verscheen op een dag aan Abraham en gaf hem een enorme opdracht: “Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen” (Genesis 12:1).

Wat ongelooflijk! Plotseling koos God een man uit en vertelt hem “Ik wil dat je opstaat en weg gaat, laat alles wat je hebt achter je: je huis huis, je familie, zelfs je land. Ik wil je ergens naar toe sturen, en ik zal je gaandeweg vertellen hoe je daar moet komen”.

Hoe reageerde Abraham op de woorden van de Heer? “Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou” (Hebreeën 11:8).

Wat was God van plan? Waarom zou Hij alle naties afzoeken voor een man, en hem dan roepen om alles achter te laten en op reis te gaan zonder landkaart, zonder vooraangegeven richting, en zonder bekende bestemming? Bedenk uzelf eens wat God hier eigenlijk vroeg aan Abraham. Hij toonde hem nooit hoe hij zijn gezin kon voeden of onderhouden. Hij vertelde hem niet hoe ver ze zouden gaan of wanneer hij zou aankomen. God vertelde slechts twee dingen: “Ga” en “ik zal je de weg wijzen”.

Eigenlijk vertelde God hier tegen Abraham “Vanaf deze dag wil ik dat je mij al je morgens geeft. Ik wil dat je zo gaat leven dat je je gehele toekomst in Mijn handen legt, dat je dag voor dag leeft, Ik vraag je om je leven toe te wijden aan de belofte die ik op dit moment aan je maak, Abraham. Als je bereid bent je hieraan toe te wijden zal ik je zegenen, je sturen en je naar een plaats leiden die je je niet eens kunt voorstellen”.

De plaats waar God Abraham heen wou leiden was een plaats waar hij elk lid van het lichaam van Christus naar toe wilt leiden. Abraham is als voorbeeld gesteld voor ons hoe we zouden moeten wandelen met de Heer. Het voorbeeld dat Abraham ons toont vertelt ons wat er van een ieder verwacht wordt die er naar zoeken om de Heer te behagen.

Vergis u niet, Abraham was geen jonge man meer toen God hem riep om deze toewijding te maken. Hij had waarschijnlijk plannen gemaakt om de toekomst van z’n gezin te waarborgen, dus hij had ongetwijfeld een hoop zorgen toen hij de roep van God overdacht. Maar toch vertrouwde en geloofde Abraham de Heere en het werd hem als gerechtigheid gerekend (Genesis 15:6).

De apostel Paulus vertelt ons dat een ieder die vertrouwd en gelooft in Christus kinderen van Abraham genoemd worden. En, net als Abraham, worden we als rechtvaardig gerekend omdat dezelfde roep op onze levens ligt: “Leg uw toekomst in de handen van de Heere”.

De Vader weet ervan

Posted 30-10-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , , ,

Jezus roept ons op voor een manier van leven waarin we ons geen zorgen maken om de dag van morgen, en waarin we onze toekomst volledig in Zijn handen leggen.

“Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad” (Matteus 6:31-34).

Jezus bedoelt niet dat we niet vooruit mogen plannen, of helemaal niets aan onze toekomst mogen doen. Nee, hij zegt “Wees niet bevreesd of verontrust over morgen”. Als u er eens goed over nadenkt zult u zien dat het grootste deel van onze bezorgdheid gaat over wat er morgen allemaal zou kunnen gebeuren. We worden continu lastig gevallen door die twee kleine woorden “Wat als?”.

“Wat als de economie instort en ik mijn baan verlies? Hoe zal ik mijn hypotheek kunnen betalen? Hoe kan mijn gezin dit overleven? Wat als mijn ziektekosten niet alles dekt? Wat als ik ziek word of moet worden opgenomen in het ziekenhuis, we zullen geruïneerd zijn. Of wat gebeurt er als ik mijn geloof verlies in tijden van beproeving?”. We hebben allemaal duizenden “Wat als” angsten.

Maar de Heere Jezus onderbreekt onze “wat als” en vertelt ons “Uw hemelse Vader weet hoe Hij voor u moet zorgen. U hoeft zich geen zorgen te maken. Uw Vader weet dat u al deze dingen nodig hebt, en Hij zal u nooit verlaten. Hij zal u trouw blijven voeden en kleden, Hij zal zorgdragen dat u voorzien wordt in al uw noden”.

“Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die; gaat gij ze niet verre te boven? Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? En wat zijt gij bezorgd over kleding? Let op de leliën des velds, hoe zij groeien: zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze. Indien nu God het gras des velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?” (Matteüs 6:26-30).

We geven graag ons verleden aan de Heer. We vertrouwen Hem dat Hij ons vergeeft voor onze vroegere fouten, zonden, twijfels en angsten. Dus waarom doen we niet hetzelfde met onze toekomst? De waarheid is dat de meeste van ons te stevig vastklampen aan de toekomst, we willen het recht hebben om ons vast te houden aan onze dromen. We maken onze plannen onafhankelijk van God, en vragen dan later aan Hem om deze te zegenen en onze hoop en onze verlangens te vervullen.

Vrede en veiligheid

Posted 30-10-2009 by dutchdw
Categories: Overdenkingen

Tags: , , , , , , , , ,

Er is een ding dat ik boven alles vrees en dat is dat ik weg zou drijven van Christus. Ik beef bij de gedachte dat ik lui zou worden, geestelijk verwaarloost, gevangen in gebedsloosheid, en zo dagen zou moeten doorgaan zonder dat ik Gods woord zoek. In mijn reizen over de wereld heb ik een “geestelijk tsunami” meegemaakt van een kwaadaardig wegdrijven. Complete denominaties zijn opgepakt door de golven van deze tsunami en laten ruïnes van apathie achter. De bijbel waarschuwt overduidelijk voor de mogelijkheid dat toegewijde gelovigen weg kunnen drijven van Christus.

Een christen die alleen achter “vrede en veiligheid” (comfort) aan wilt gaan en die maar nét met de hakken over de sloot gered is betaald een hoge geestelijke prijs.  Maar hoe kunnen we waken tegen dit afdrijven van Christus en het verwaarlozen van zo’n geweldige redding? Paulus vertelt ons hoe “Daarom moeten wij te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven” (Hebreeën 2:1).

God kan het niets schelen of je snel door Zijn woord kunt lezen. Dagelijks heel veel hoofdstukken lezen of proberen zo snel mogelijk door je bijbel heen te komen kan u misschien een goed gevoel geven over uzelf omdat u “iets bereikt hebt”. Maar wat vele malen belangrijker is is dat we “horen” wat we lezen met onze geestelijke oren, en deze woorden overdenken zodat het ook in onze harten “gehoord” kan worden.

Standvastig in Gods woord blijven staan was niet onbelangrijk voor Paulus. Daarom waarschuwt hij ons heel liefdevol: “wij moeten meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven”. Maar hij zegt ook: “Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk” (2 Korintiërs 13:5).

Paulus suggereert hier niet dat deze gelovigen afvalligen zijn. Nee hij dringt er bij hen op aan “Als geliefden van Christus, onderzoek uzelf. Neem een geestelijke voorraad op, u weet genoeg over uw wandel met Jezus om te weten of u geliefd wordt door Hem, dat Hij zich niet van u afgekeerd heeft, dat u gered bent. Vraag het uzelf af: Hoe is uw omgang met Christus? Waakt u hierover met alle ijver? Leunt u op Hem in tijden van moeilijkheden?”

Misschien realiseert u het zichzelf wel “Ik zie wel een beetje afdrijven in mijn leven, een neiging om in slaap te vallen. Ik weet dat ik steeds minder en minder in gebed ben, mijn wandel met de Heer is niet zoals hij zou moeten zijn”.

“want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden” (Hebreeën 3:14)