Een persoonlijke openbaring van Christus
Als u een predikant bent, zendeling of leraar bedenk u dan eens het volgende: Waar onderwijst u? Is het datgene wat u geleerd heeft van een mens? Is het het herkauwen van een openbaring van een of andere geweldige leraar? Of heeft u zelf een persoonlijke openbaring van Jezus Christus meegemaakt? En als dat het geval is, neemt deze openbaring dan ook steeds toe? Zijn de hemelen geopend voor u?
Paulus zei “Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij” (Handelingen 17:28). Ware mannen en vrouwen van God leven binnen deze zeer kleine maar onmetelijke cirkel. Iedere stap die ze maken, hun gehele bestaan, is samengepakt in het belang van Christus. Jaren geleden wist ik dat de Heilige Geest mij trok naar een dergelijke bediening, een bediening die enkel en alleen sprak van Christus. O wat verlangde ik ernaar om over niets anders dan Hem te spreken! Maar mijn hart was niet gefocust, en ik vond de cirkel te nauw. Met als resultaat dat ik geen stroom van openbaringen had om mijn predikingen te onderhouden.
Om Christus te prediken moeten we een continue stroom van openbaringen hebben van de Heilige Geest. Anders zullen we eindigen in het continu herhalen van een oudbakken boodschap. Als de Heilige Geest de gedachtes van God kent en diep zoekt in de verborgen dingen van de Vader, en als Hij levend water in ons naar boven laat komen, dan moeten we beschikbaar zijn om gevuld te worden met die stroom van water. We moeten gevuld blijven met een nooit-eindigende openbaring van Christus. Een dergelijke openbaring wacht op iedere dienaar van de Heer die bereid is om op Hem te wachten, Hem te geloven en er op te vertrouwen dat de Heilige Geest de gedachtes en het hart van God aan hen openbaart.
Paulus zei dat Christus werd geopenbaard in hem, niet slechts aan hem (zie Galaten 1:16). In Gods ogen is het vruchteloos om een woord te prediken die nog niet in het leven en de bediening van de prediker heeft gewerkt. Het lijkt misschien voor sommige oppervlakkige mensen goed om Christus te prediken vanuit een tweestrijd – maar niet voor een man of vrouw van God. We moeten een steeds toenemende openbaring van Christus prediken, maar alleen als de effecten van die openbaring een diepe verandering in ons teweeggebracht hebben.
Paulus sprak ook over een persoonlijke zorg: “Neen … om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden” (1 Korintiërs 9:27). Paulus zou nooit zijn zekerheid in Christus hebben betwijfeld, dat was niet in zijn gedachte op dat moment. Het griekse woord voor afgewezen betekent “niet goedgekeurd” of “niet waardig”. Paulus vreesde de gedachte dat hij voor de troon van Christus staat en veroordeeld wordt omdat hij een Christus heeft gepredikt die hij niet echt gekend heeft of om een evangelie te verkondigen die niet volledig in hem werkte. Dit is waarom Paulus zo vaak spreekt over de “levende Christus” of “Christus leeft in mij”.
We kunnen niet nog een moment langer doorgaan om onzelf dienaren van God te noemen totdat we deze vraag persoonlijk kunnen beantwoorden: Wil ik werkelijk niets anders dan Christus? Is Hij echt alles waar voor mij, mijn enige rede dat ik leef?
Is uw antwoord ja? Als u het meent dan zult u in staat zijn te kunnen wijzen naar de grote vuilnisbelt van je leven, degene waar Paulus over sprak toen hij zei “Om hem heb ik alles prijsgegeven; voor mij is alles vuilnis, omdat het mij erom gaat Christus te winnen” (Filippenzen 3:8). Is alles voor u vuilnis vanwege Zijn openbaring? Als u niets meer wilt dan alleen Christus, dan is uw bediening niet een of andere carrière – uw bediening is gebed! U hoeft niet te worden geprikkeld om Hem te zoeken, u zult regelmatig naar uw binnenkamer gaan in de wetenschap dat als u naar binnenstapt dat u met Hem gezeten bent aan Zijn tafel. U zult Hem aanbidden, en ongehaast in Zijn aanwezigheid zitten, van Hem houden, Hem prijzen met opgeheven handen, u zult naar Hem hunkeren en Hem danken voor Zijn wijsheid.
Een perfect hart is een vertrouwend hart
De psalmist schreeft “Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd, en Gij deedt hen ontkomen; tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd” (Psalm 22:5-6)
Het hebreeuwse grondwoord voor vertrouwen heeft de betekenis van jezelf van een afgrond afwerpen. Het betekent te zijn als een kind die omhoog geklommen is maar niet meer naar beneden kan komen. Hij hoort zijn vader zeggen “Spring!” en hij gehoorzaamd en werpt zichzelf in de armen van zijn vader. Bent u momenteel in zo’n plaats? Staat u aan de rand, wankelend, en heeft u geen andere optie dan uzelf in de armen van Jezus te werpen? U heeft zich simpelweg overgegeven aan uw situatie, maar dat is geen vertrouwen; het is niets meer dan fatalisme. Vertrouwen is totaal anders als slechts een passieve berusting, het is een actief geloof!
Als we meer en meer honger krijgen naar Jezus zullen we merken dat ons vertrouwen in Hem een goed fundament heeft. Op een bepaald punt in onze levens hebben we misschien gedacht dat we Hem niet werkelijk konden vertrouwen – dat Hij niet echt de controle had over het grotere geheel en dat wij de touwtjes in handen moesten blijven houden. Maar door dichter naar Hem toe te groeien en Hem beter te leren kennen verandert dat allemaal. Het betekent dat we niet slechts tot Hem komen om hulp als we aan het einde van ons eigen kunnen zijn aanbeland; in plaats daarvan beginnen we zo dicht bij Hem in de buurt te wandelen dat we Hem horen waarschuwen over de komende beproevingen.
Een vertrouwend hart zegt altijd “Al mijn stappen zijn gerangschikt door de Heer. Hij is mijn liefhebbende Vader, en Hij staat mij lijden, verleidingen en beproevingen toe – maar nooit meer dan ik kan dragen, want Hij zorgt altijd voor een uitweg. Hij heeft een eeuwig plan en doel voor mij. Hij heeft ieder haartje op mijn hoofd geteld, en Hij heeft mij geformeerd toen ik nog in de schoot van mijn moeder lag. Hij weet het wanneer ik zit, opsta of neerlig omdat ik Zijn oogappel ben. Hij is Heer – niet slechts over mij, maar over iedere gebeurtenis en situatie die mij raakt”.
Een perfect hart is ook een gebroken hart!
De psalmist David zei “De HERE is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest” (Psalm 34:19)
Gebrokenheid betekent meer dan zorg en meer dan verdriet, meer dan een verslagen geest, meer dan nederigheid. Ware gebrokenheid laat de grootste kracht van God los in het hart die maar aan ons toe te vertrouwen is – groter dan de kracht om de doden op te wekken en de zieken te genezen. Wanneer we werkelijk gebroken voor God staan, wordt ons een kracht gegeven die ruines kan herstellen, een kracht die een speciaal soort van glorie en eer aan de Heer brengt.
Ziet u, gebrokenheid heeft te maken met muren – gebroken en afbrokkelende muren. David associeerde de afbrokkelende muren van Jeruzalem met de gebrokenheid van harten van Gods volk. “De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God. Doe wèl aan Sion naar uw welbehagen, bouw de muren van Jeruzalem. Dan zult Gij behagen hebben in offers naar de eis” (Psalm 51:19-21).
Nehemia was een man met een gebroken hart, en zijn voorbeeld heeft te maken met deze gebroken muren van Jeruzalem (zie Nehemia 2:12-15). In het duister van nacht bekeek Nehemia de muur. Het hebreeuwse woord shabar wordt hier gebruikt. Het is hetzelfde woord als gebruikt wordt in Psalm 51:19 voor een “verbrijzeld hart”. In de volste Hebreeuwse betekenis brak het hart van Nehemia op twee manieren. Het brak ten eerste met angst voor de ondergang, en ten tweede met een hoop op de wederopbouw (hij barstte van hoop).
Dit is werkelijk een gebroken hart, een hart die ten eerste de ruine van de kerk en gezinnen ziet en de zielspijn van de Heer voelt. Zo’n hart treurt over de verwijten die geworpen worden op de Naam van de Heer. Het ziet ook diep naar binnen en ziet, zoals David dat deed, zijn eigen schaamte en mislukking. Maar er is een tweede belangrijk element in deze gebrokenheid, en dat is hoop. Een waarachtig gebroken hart heeft gehoord van God “Ik zal genezen, herstellen en bouwen. Gooi al die rommel weg en ga aan de slag met de wederopbouw van alle gaten!”.
De buit van geestelijke oorlogsvoering
“Uit de oorlogsbuit hadden zij ze geheiligd, tot verrijking van het huis des HEREN” (1 Kronieken 26:27). Dit vers opent voor ons een diepgaande, levensveranderende waarheid. Het spreekt over een buit die alleen in een strijd gewonnen kan worden. En wanneer zo’n buit eenmaal gewonnen is zijn ze toegewijd aan het opbouwen van Gods huis.
Ik geloof dat als we de krachtige waarheid achter dit vers kunnen grijpen dat we begrijpen waarom de Heer zulke intense, geestelijke strijden toestaat in onze levens. Veel Christenen denken dat wanneer ze eenmaal gered zijn al hun worstelingen voorbij zijn, dat het leven een rustig vaartochtje wordt. Maar niets kan verder van de waarheid afstaan dan dat. God staat niet alleen deze strijd toe, maar heeft er een glorieus plan mee in onze levens.
Wat is “de buit van oorlogsvoering”? Een buit zijn geplunderde, geroofde goederen ingenomen tijdens de strijd door de overwinnaars. De Bijbel spreekt voor het eerst over een oorlogsbuit in Genesis 14, toen een genootschap van koningen Sodom en Gomora binnenvielen. Deze invallers namen de bewoners gevangen en plunderden hun bezittingen: “En zij namen al de have van Sodom en Gomorra … Ook namen zij Lot mede, de zoon van Abrams broeder” (Genesis 14:11-12).
Toen Abram op de hoogte was dat zijn neef Lot gevangen genomen was vergaderde hij een leger van 318 dienaren en achtervolgde de vijandelijke koningen. De Schrift zegt dat hij de aanvallers overmeesterde en “versloegen hen … en hij bracht al de have terug, en ook zijn broeder Lot en diens have bracht hij terug, evenals de vrouwen en het volk” (Genesis 14:15-16).
Stelt u zich deze overwinnende Abram eens voor. Hij leidde een lange stoet van vrolijke mensen en wagens die uitpuilden met allerlei goederen. Onderweg ontmoette hij Melchizedek, de koning van Salem. De Schrift vertelt ons dat Abram werd bewogen om een tiende van al zijn oorlogsbuit af te staan aan deze koning (zie Genesis 14:20). “Merkt dan op, hoe groot deze is, aan wie de aartsvader Abraham een tiende gegeven heeft van het beste van de buit” (Hebreeën 7:4)
Hier is het principe waarvan God wil dat we er grip op krijgen: Onze Heer is niet alleen erin geïnteresseerd om ons overwinnaar te maken. Hij wil ons ook een oorlogsbuit geven, goederen, geestelijke rijkdommen uit onze strijd. Wij dienen met wagens vol met bronnen uit de strijd te komen. Dit is waar Paulus naar refereert als hij zegt “Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad” (Romeinen 8:37).
David had een nederige houding tegenover de buit die verkregen is ten tijde van oorlog. We zien dit in een besluit die hij nam aan het einde van zijn leven. David had zojuist zijn zoon Salomon aangewezen als troonopvolger. En nu vergaderde hij alle leiders van de natie tezamen om een goddelijke orde in te stellen voor de instandhouding van Gods huis. Welke bronnen zouden zij gebruiken voor die heilige werk? “Uit de oorlogsbuit hadden zij ze geheiligd, tot verrijking van het huis des HEREN” (1 Kronieken 26:27)
Laat me het voor u uittekenen. Na iedere militaire overwinning, nam David een oorlogsbuit mee en sloeg deze op in overvloed: goud, zilver, messing, hout, geld te veel om te tellen. En hij had een doel in gedachte: om deze buit te gebruiken als bron om een tempel te bouwen.
Als de Schrift spreekt over het onderhouden van de tempel, dan bedoeld het originele Hebreeuws “om het huis te repareren en om datgene dat gebouwd is te versterken”. Deze bronnen waren bedoeld om de tempel in zijn oorspronkelijke glorie te onderhouden.
Waar is Gods tempel vandaag de dag? Het wordt gevormd door Zijn volk – door u, mij en Zijn wereldwijde gemeente. Volgens Paulus zijn onze lichamen een tempel van de Heilige Geest. En, net als in het oude Israël, onderhoud onze Heer Zijn tempel nog steeds door buiten die verkregen zijn in de strijd. Daarom is onze strijd en beproeving voor meer bedoeld dan slechts onze overleving. Door iedere strijd legt God rijkdommen aan de kant, bronnen voor ons. Hij slaat een complete schatkist met goederen uit onze strijden op. En die buit is toegewijd aan het opbouwen en onderhoud van Zijn lichaam, de gemeente van Jezus Christus.
Bedenkt u zich eens: Jaren nadat Salomon de tempel had gebouwd werd zij in goede orde onderhouden door de buit die in de voorbije oorlogen verkregen waren. Gods huis bleef levendig, omdat Zijn volk niet alleen overwinnend uit iedere strijd zijn gekomen, maar rijk met bronnen. We vinden dit principe van “voorziening door strijd” door de gehele Schrift heen.
Hier in de straten van New York kun je een Rolex kopen voor 15 dollar. En zoals iedere New Yorker weet is zo’n horloge geen echte Rolex. Het zijn simpelweg imitaties, goedkope kopieën van het origineel.
Het lijkt alsof er een imitatie is voor zowat alles vandaag de dag. Maar er is een ding dat niet kan worden gekopieerd en dat is ware geestelijkheid. Niets wat werkelijk geestelijk is kan gekopieerd worden. De Heer herkent het werk van Zijn eigen handen – en Hij zal geen enkele door de mens gemaakt kopie van wat voor goddelijk werk dan ook accepteren. Waarom? Omdat het onmogelijk is voor de mens om datgene te kopieren wat werkelijk geestelijk is. Dat is enkel en alleen het werk van de Heilige Geest. Hij is continu aan het werk om iets nieuws te doen in Zijn volk. En er is geen enkele manier voor ons om dit te reproduceren.
Dit is ook de grote fout van de moderne religie. Wij denken dat als we slechts kennis van de Schrift en bijbelse principes bijbrengen aan de mensen, dat ze geestelijk worden. Maar het feit blijft dat geen enkel persoon of instituut de macht heeft om geestelijkheid te produceren in iemand, dat doet alleen de Heilige Geest.
Er is maar heel weinig van het werk dat Gods geest in ons doet te zien. Dit is waarom ware geestelijke mensen zelden kijken naar uiterlijke bewijzen van Zijn werk. Paulus zegt “daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare” (2 Korintiërs 4:18).
In de context van dit vers spreekt Paulus over het lijden en verdrukkingen. Hij zegt hier “Niemand weet van de dingen waarmee we geconfronteerd worden dan alleen de Heilige Geest. En dit is waar ware geestelijkheid wordt gemanifesteerd – in de vuurproef van het lijden”.
Zij die zich onderwerpen aan de leiding van de Geest – die hun verdrukkingen onder ogen zien terwijl ze ervan overtuigd zijn dat de Heer iets in hen aan het bewerken is – komen uit hun vuurproef met een sterk geloof. En zij getuigen dat de Geest hen meer heeft geleerd tijdens hun lijden dan toen alles in orde was in hun levens.
In alle jaren dat ik wandel met de Heer heb ik zelden een toename in mijn geestelijkheid bemerkt ten tijde dat alles goed ging. Zo’n toename vond veel eerder plaats terwijl ik moeilijke plaatsen moest doorstaan, kwellingen, beproevingen – welke stuk voor stuk door de Geest werden toegestaan.
Paulus zei op een bepaald punt in zijn wandel in geloof “De Heilige Geest heeft plechtig aan mij betuigd dat er bindingen en verdrukkingen op mij wachten” (zie Handelingen 20:21-22). En inderdaad, door heel het leven van Paulus heen hielden de verdrukkingen niet op, ze bleven maar komen.
“De kleine moeilijkheden van dit huidige leven leiden voor ons tot een heerlijkheid die alles te boven gaat en eeuwig is” (2 Korintiërs 4:17). Volgens Paulus produceren onze verdrukkingen en moeilijkheden eeuwige waarden in ons. Hij zegt hier “Het lijden waar we doorheen moeten gaan op deze wereld zal waarschijnlijk ons leven lang duren. Maar dat is slechts tijdelijk vergeleken bij de eeuwigheid die op ons wacht. En op dit moment, terwijl we verdrukkingen te verduren hebben, produceert God in ons een openbaring van Zijn glorie die voor altijd stand zal houden”.
